Patricia de Martelaere was en blijft een internationaal gerenomeerde schrijfster en filosofe. Waarom wordt zij hier in de gemeente, waar zij jarenlang woonde, niet geëerd? De cultuurraad en meerdere inwoners ijveren ervoor dat zij een straat zou krijgen.

Op 4 maart zal zij ons 6 jaar verlaten hebben of weer ook niet. Wij blijven aan haar denken. En het gemeentebestuur?

U ook? Verstuur een E-mail met je argumenten naar schepen van cultuur van Rotselaar. Click hier

 

Wat blijft

 

Wat doe je als je dochter geen konijn lust omdat ze het zo'n lieve beestjes vindt? Je eet konijn als ze er niet is. Het is dus een kwestie van zijn of niet zijn. Toen ik de beginpagina's van Patricia's recente essaybundel " Wat blijft" las, moest ik hier onwillekeurig aan denken. Naar eigen zeggen was Patricia voorbestemd om dierenarts te worden om lieve en minder lieve diertjes te verzorgen. Het liep anders af. Ze werd filosofe en wat voor een. Daarbij is ze een briljante schrijfster en bekent ze ook wel eens 'foie gras' te lusten. Ik ga de bewuste kleindochter aanzetten om dit te lezen. Tijdens haar sabbatjaar in Finland beklaagde ze zich over het feit dat ze daar een cursus filosofie kreeg en nog wel in het Fins, een taal die ze, ondanks haar Scandinavische roots, nauwelijks beheerste. Ze verstond er dus helemaal niets van. Plagerig heb ik haar gemaild dat zij dan maar Patricia De Martelaere had moeten lezen.

Want "Patricia De Martelaere schopt de mensheid een geweten" volgens de Standaard. Dat is enigszins overdreven tenzij men daar alleen lezers van 'De Standaard' mee bedoelt. Alvast hoort daar één lezer van 'De Morgen' bij. Patricia doet ons twijfelen aan het bestaan van "De mens(heid)". De waarheid is bijgevolg pijnlijk, want we zijn niet meer dan een onbetekenende schakel in een keten van toeval, liet Monod ons ooit weten.

Mijn dorpsgenote verblijdt me terloops ongewild door het gebruik van 'desalniettemin' een uitdrukking waarvoor ik 'ternauwernood' aan kruisiging ontsnapte toen ik het gebruikte in een artikel voor een plaatselijk krantje.

Tijdens mijn atheneumjaren mocht ik kennismaken met de zogeheten "bewijzen uit het ongerijmde" . Nu laat Patricia me inzien waarom ik die maar niets vond. Niets dus als negatie van iets zodat ze beiden samen een volledige verzameling vormen en daar lijkt ook zij aan te twijfelen.

"Hoe is het eigenlijk mogelijk dat twee filosofen op basis van eenzelfde ervaringswereld tot zulke onverzoenbare conclusies kunnen komen" i.v.m. Herakleitos en Parmenides. Wees gerust Patricia, sinds ik je essays lees twijfel ik daar niet meer aan.

"Speculaas zou de lievelingskoek van de filosofen moeten zijn": dit zou het onderwerp van een vraag in "Blokken" kunnen zijn. Bvb "heeft speculaas iets met een spiegel te maken? Ja/Neen, waarop Ben Crabbé zich zou afvragen wie zulke dingen bedenkt want het valt te betwijfelen dat hij Patricia ooit gelezen heeft. Waarop Kris Soret doodleuk zou komen verklaren dat speculum een spiegel is en dus tot bespiegelingen leidt en dat speculaas een spiegelkoek is.

De hond van Pavlov kwijlt alleen maar omdat hij uit ervaring weet dat hij bij het belletje voedsel krijgt, maar de mens is daar geen uitzondering op. Dat dacht Skinner ook toen hij dat toepaste op geprogrammeerde instructie. Verlangen is dus een symptoom van de onvolmaaktheid van de mens, want wie volmaakt is hoeft niets meer te verlangen. (leren)

Wat blijft is dus niets dat is, besluit ze. Heb ik dit boek dan wel gelezen, want het ligt hier nog voor me of heb ik dat dan maar gedroomd?

Wat blijft- Patricia De Martelaere - uitg. Querido

 

Machtsmisbruik in literaire kringen t.o.v. Patricia De Martelaere

Jaren geleden vertoefde ik een tijdje in de Leuvense literaire kringen. Zo las ik regelmatig o.m. literaire bijdragen van Professor Hugo Brems. Veel concreet herinner ik me er niet meer van, maar weet wel dat ik me de reflectie maakte dat ik hem een eikel en/of macho vond. Helaas vallen vrouwen nogal gemakkelijk op dit type tot zij inderdaad tot de conclusie komen dat deze types ook alle gebreken vandien vertonen.Wat u hieronder terugvindt in een overgenomen versie van de Knackwebsite (www.knack.be) bevestigt alleen maar deze gedachten.

Hugo Brems weerde ex-minnares Patricia De Martelaere uit literatuurgeschiedenis

De bekende Vlaamse schrijfster Patricia de Martelaere ontbreekt als enige auteur van formaat in de recente literatuurgeschiedenis van Hugo Brems. Wat is de reden van dit literair negationisme? Drie keer genomineerd voor de Ako-prijs, publieksprijs Gouden Uil, genomineerd voor dezelfde Gouden Uil, een Staatsprijs voor het Essay, debuutprijs en nog wel ergens een hoop andere letterkundige lauweren maar voor literatuurhistoricus Hugo Brems bestaat ze niet. Of beter gezegd: mag ze niet bestaan. In Altijd weer vogels die nesten beginnen , het nieuwe standaardwerk over de Nederlandse naoorlogse literatuur dat een jaar geleden in februari te Breda boven de doopvont werd gehouden, is vreemd genoeg geen spoor te bekennen van de beste Vlaamse essayiste van de afgelopen twintig jaar. Patricia de Martelaere maakte daarenboven ook faam als eigenzinnige romanauteur van aparte ideeënromans. De Martelaere die onlangs nog een knap boek maakte over het taoïsme, kan niet meer zwijgen over zoveel literair onrecht. Het is op zijn zachtst gezegd merkwaardig dat zij er met haar kwaliteiten helemaal in ontbreekt. Waarom Brems De Martelaere zonder meer dood wil zwijgen, was blijkbaar zo privé dat niemand dat dekseltje wou lichten. Maar wie met overheidsgeld gedurende enkele jaren aan een encyclopedisch boek mag werken, moet hierover verantwoording kunnen afleggen. De Martelaere die notoir afkerig is van autobiografische bekentenissen, is furieus en geeft het antwoord zelf: 'Ik ontbreek in die geschiedenis omdat Brems meer dan tien jaar geleden een verhouding met mij had,'zegt ze aan Knack . Zou het kunnen dat Brems als afgewezen minnaar van De Martelaere een slechte en rancuneuze verliezer is geweest? Ze vertelt erbij dat Brems zichzelf als minnaar te gedetailleerd terugvond in de eerste aanzetten van haar roman Het onverwachte antwoord: 'De kwestie is dat ik samen met Brems in de redactie van het literaire tijdschrift Dietsche Warande en Belfort (DWB) zat, nog voor er sprake was van een verhouding, en dat hij mij toen een geweldige auteur vond. Toen de verhouding afsprong is zijn houding tegenover mij radicaal omgeslagen. Hij heeft zelfs zijn veto gesteld op het verschijnen van een verhaal van mij dat reeds door de hele redactie was goedgekeurd. Hugo Bousset heeft daar toen om strategische redenen gehoor aan gegeven, en ik heb het betreffende verhaal in het Nieuw Wereldtijdschrift laten verschijnen. Na het verschijnen van een ander verhaal, jaren later in DWB, heeft Brems mij getelefoneerd en gedreigd met juridische maatregelen indien ik het verhaal zou opnemen als een hoofdstuk in mijn volgende roman. Hij meende dat ik hem viseerde in het betreffende verhaal, terwijl ik nooit enig signaal heb gegeven naar buiten toe, noch zelfs in intiemere kring, dat mijn schrijven diende geïnterpreteerd te worden als autobiografisch.' Toen De Martelaere dan toch haar affaire met Brems in de roman Het onverwachte antwoord (noot van verso: zie hieronder) verwerkte, naar haar eigen goeddunken, sloegen de stoppen blijkbaar door bij Brems en schrapte hij haar uit het literatuurhistorische geheugen van de Nederlandstalige literatuur. Het is daarenboven hoogst merkwaardig dat niemand van de eerbiedwaardige confraters, die hun zegen moesten geven aan de eindversie van deze literatuurgeschiedenis, bij de uiteindelijke redactie voorbehoud heeft gemaakt bij een dergelijke overduidelijke geschiedenisvervalsing. De Martelaere: 'Hoe hij dat aan boord gelegd heeft tegenover de andere leden van de commissie, weet ik niet. Wel weet ik dat macht in deze wereld, zoals in alle andere werelden, een grote rol speelt.' Brems zelf is karig met informatie en houdt zich op de vlakte: 'Er mogen dan al veel auteurs in mijn boek staan, er staan er minstens evenveel niet in. De ene past al beter in het verhaal dat ik wens te vertellen dan de andere. Zo gaat dat nu eenmaal.' Maar De Martelaere is toch niet de eerste de beste? Hij geeft toe dat het om een 'jammerlijke vergetelheid' gaat die hij in een volgende versie van zijn literatuurgeschiedenis zelfs bereid is om recht te zetten. Ondertussen is het kwaad echter geschied. Dat Brems met dit staaltje van negationisme als criticus en literatuurwetenschapper veel van zijn geloofwaardigheid heeft ingeboet, is duidelijk. De Martelaere: 'Wat indien hij bijvoorbeeld in de jury had gezeten van een literaire prijs waarvoor ik in aanmerking kwam? Men zou verwachten dat iemand met zijn reputatie althans een minimale objectiviteit zou nastreven.' Hugo Brems zat tussen 1985 en 2000 in meer dan 40 jury's en ook nadien besliste hij nog mee over prestigieuze prijzen zoals de Libris Literatuurprijs. Opmerkelijk is de prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Die ging naar De Engelenmaker van Stefan Brijs in 2006, maar ook Patricia De Martelaere was genomineerd voor... Het onverwachte antwoord. Een van de juryleden was Hugo Brems. Brems zetelt trouwens ook in de adviescommissie poëzie en essay van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Dit fonds keert de literaire subsidies uit in Vlaanderen.

Frank Hellemans (met bijdrage van KvdB) gepost door redactie knack op 2 februari 2007 12:00 0

 

 

Roman

Het onverwachte antwoord

Het antwoord is niet meer onverwacht. Zaterdag 19 werd Patricia bekroond met de publieksprijs van de Gouden Uil. In haar eerste publiek optreden sinds lang kreeg zij de prijs uit handen van cultuurminister Bert Anciaux. In een korte reactie verklaarde ze dat dit zeker de laatste prijs was die zij dacht te krijgen.

NU WERD PATRICIA OOK ALS ENIGE VLAAMSE GENOMMINEERD VOOR DE LIBRIS LITERTUURPPRIJS. We citeren uit "De Morgen":'het is een boek waarin schrijfster op een soms tergend onnadrukkelijke wijze bijzonder pertinente vragen over de liefde stelt.'

Dit boek is de recente roman van Patricia De Martelaere. Zoals we van haar gewoon zijn is dit schitterend geschreven. Helaas kan Patricia niet kiezen. Ze blijft een filosofe en kan zich niet ontdoen van het juk van haar schitterende essaybundels. Een roman die doet denken aan Ullyses van Joyce. Helaas hebben weinigen dat echt uitgelezen. Ze bevindt zich in nog meer goed gezelschap, want zij werd genommineerd voor de literatuurprijs de Gouden Uil en nu uitverkozen tot een van de 5 genomineerde kandidaten voor de gouden uil. Toch, en dit is zeer persoonlijk, maar liever nog een essaybundel.

 

De gedichten van Patricia de Martelaere

Dat Patricia De Martelaere in Groot-Rotselaer woont is voor de echte literatuurliefhebbers geen geheim meer. Dat zij erg op haar privacy gesteld is evenmin. Daarom zult u hier geen adres, noch andere privégegevens vinden.

Nadat zij drie succesrijke essaybundels publiceerde, laat zij ons eindelijk in haar poëtische kaarten kijken. Zelf zegt zij op de laatste pagina dat zij geen dichter is en hier enkel een aantal gelegenheidsgedichten gebundeld heeft. Wij willen haar graag geloven, maar in elke mens zit een dichter en bij Patricia betekent dat dat de kwaliteit gegarandeerd is. Zevenendertig pareltjes, waaronder vier Engelstalige, waarin Patricia weer eens haar veelzijdigheid demonstreert.

Het boekje kreeg als titel "Niets dat zegt" en dat is meteen ook de titel van het derde hoofdstuk met haar recenste gedichten.(1992-1997)

Het eerste hoofdstuk "langzamerhand moet ik wel weten" dateert uit de periode van 1980 t/m 1985. Persoonlijk hebben wij een voorliefde voor het korte "ongerijmd" waarin iedere man graag zichzelf wil herkennen. Lees maar: " Langwerpig lief, kwadraat van mijn schuine zijde, vierkantwortel van mijn ziel. ..." al herkennen we ons persoonlijk evenzeer bij het lezen van"In de serre" waarin zij tot het besluit komt dat zij geen goed tuinier is. En "Waarom zijn je lippen zo rood en je ogen zo diepzeeblauw" en heeft je sprookje van roodkapje toch geen happy-end? Dit is poëzie van mijn grijze hart waarin zuivere hartstocht oplaait zonder hedendaagse vulgariteit, zonder naakte lijven/zinnen en waar dus iedereen zijn eigen invulling kan aan geven.

Het tweede hoofdstuk bevat vier Engelstalige stukjes onder de titel "Nothing inside". In tegenstelling tot het eerste deel haalt zij hier haar scherpste pen boven om haar geliefde(?)hartstochtelijk te verwensen, want er is niets van binnen (nothing inside)

Het derde hoofdstuk bevat o.m. het zeer intieme "Dood van Joris" waarin zij zoals Van Gogh de eksters en kraaien als boodschappers ziet van de dood van geliefde schepselen en haar verdriet probeert te delen met haar kinderen.

Patricia verrast ons dus weer met haar verlangen naar ontroostbaarheid, maar heeft wereldvreemdheid tot magisch realisme herschapen door de herkenbaarheid en de bevlogenheid die uit deze poëzie naar voren treedt.

Niets dat zegt - Patricia De Martelaere - Meulenhoff Amsterdam - www.meulenhoff.nl

Het onverwachte antwoord - Patricia De Martelaere -Meulenhoff Amsterdam.

>>>terug