|
voor gedichten van Patricia De Martelaere click hier Zoenrecht Mijn ziel is arm en triest aan 't worden en rafelt al zijn warmte uit. De chaos van overjaarse sparretoppen kaatst alleen maar grauwigheid en maakt mijn luimen navenant. Weerbarstig als zij ontlaaf ik me traagzaam aan jouw teergrijze geur van late zomer. Dat is het zalig zoenrecht van al die jammere jaren Jacques Van Eylen
PLAZA D'ESPANA Door een weg van loverliefde leidt Marie - Louise ons naar jou, waar een meisje in een notedopje drijft op groene zomerwijn, een spiegel van plateel, waarin de echo van je blauwe tinten stilaan uit zal sterven, trillend op de laserstralen van de zinderende zon. Jacques Van Eylen Naamloos stof Zwijgzaam is de nacht waarin ik ronddwaal, geboeid aan jouw achtergebleven handen. Ik verga tot een zweem van naamloos stof dat opwaait uit de ijlings verlaten panden van de jas, die ik al te gretig schonk toen ik mij even koning waande. Vaarwel koningin van bijna niets dan licht van zeden en gewoonten. Ik blijf een van je ter-loopse onverlaten, die een in arg-en-loosheid getrokken kaart, een schuppen vrouw, poogt kwijt te geraken. Zelfs het licht dat alsnog schielijk in me opduikt, kan niet verhelen dat het voortaan duister is. Duisternis die ik niet langer dragen kan. Duisternis die niet langer kan. Duisternis niet. Duisternis. Duister. Ster. St. Jacques Van Eylen Grafschrift Ik was alleen met mijn ongenoegen over hoe de anderen zich gedroegen. Er restte mij slechts één mogelijkheid: mij terugtrekken in de ultieme eenzaamheid. Zo heb ik er toch nog een paar verblijd.
Virtueel beeld.
Mijn geduld is eindeloos en daarom achttien karaats. Je virtueel beeld is al van mij en het brandpunt nadert staag de plaats waar dat reëel wordt, al wil jij dat nog niet weten, nog niet, punt bij punt, bij punt, bij punt... . bij jou. Jacques van Eylen 1996
|