>>>terug

Reisverhaal van de maand

DE WATERPUT VAN " ZIG “

Mauritanië heeft zo zijn eigen manier om buitenlanders te ontvangen. Geduld en onderhandelen zijn de sleutelwoorden om ongehavend het land binnen te komen. Ons verhaal begint als we vanuit Senegal aan de Mauritaanse grens komen. Een paar gammele zandstenen huisjes en een zware boomstam dwars over de zandweg doen ons automatisch stoppen. Uit een donkere deuropening komt een geeuwende, uit zijn vervelende slaap gewekte militair te voorschijn. Als na de gebruikelijke rekoefening zijn lippen weer op mekaar vallen staart hij ons mei een grijns aan. Twee voertuigen met " blanke rijken ", zijn dag kan niet meer stuk. Hij vraagt de 2 chauffeurs naar binnen te komen en de autopapieren en de paspoorten van de medereizigers mee te brengen. Op de zanderige vloer staat een ijzeren versleten bureautafel en twee dito stoelen met verwrongen rugleuning. Door een kleine opening in de muur valt een straaltje -onlicht op een dik registratieboek dat op de tafel ligt. De rest van de kamer is bijna donker. Op de grond zit geknield op een rieten mat een andere militair met zijn gezicht naar Mekka, druk bezig een van zijn dagelijkse gebedsstonden af te haspelen. A1s zijn ritueel beëindigd is bekijkt hij ons met een lach die hem duidelijk voldoening schenk en zet zich achter zijn bureau. De andere militair die ons eerst binnenriep schenkt hem hele hete thee in uit een roestig moortje en biedt ons een glaasje aan. Na de gebruikelijke " vanwaar komen jullie, naar waar gaan jullie" slaat hij het dikke boek open en bekijkt onze paspoorten. Hij probeert onze namen te lezen en als dat uiteindelijk toch niet lukt begint hij zichzelf uit te lachen. We doen het dan maar zelf voor hem en op het ritme van onze stem begint hij te schrijven in het Arabisch, van rechts naar links, want -zo gaat dat in die taal. Als alle paspoorten ingeschreven zijn, we zijn met negen is het al bijna vier uur later. We slaken een zucht van opluchting, geven hem een stylo en een condoom als " petit cadeau " en wensen hem hei allerbeste voor zijn verdere loopbaan, maar als we onze papieren willen nemen gebiedt hij ons terug te zitten. Dit werk moet namelijk betaald worden. Als we hem beleefd vragen of hij dan een bewijs van betaling wil geven, we zien de corruptiebui hangen, weigert hij. De man die een uur geleden devoot Allah aanbad zat ons nu openlijk te bestelen. Na veel onderhandelen en nog een paar stylo's werd een kleine korting op het geleverde werk gegeven. Hij stak het geld zorgvuldig in de binnenzak van zijn vest. Met hangende pootjes gaan we naar buiten waar onze vrienden ons al direct teken doen naar rechts te kijken. In de deuropeningen van de andere huisjes staan nog andere militairen, duidelijk in pitbullhouding. Het hele ritueel herhaalt zich, en alle hebben ze een reden om ons te laten betalen, controle autopapieren, verzekering, doorgangsbewijs. De namiddag is al flink gevorderd als alle miserie achter de rug is en enkele kilometers verder besluite we dan ook wijselijk- ons kamp op te slaan voor de nacht. De volgende ochtend zijn we vroeg wakker, want we willen de geleden tijdschade inhalen. Het is nog meer dan duizend kilometers en zeker vier dagen rijden op de zanderige piste voor we aan ons echt avontuur beginnen. Tidjika is een, oase met stadsallures. Ze ligt aan de rand van een uitgedroogde rivierbedding waarin zelfs een ervaren 4x4 rijder hopeloos vast rijdt. Hier treffen we onze laatste schikkingen, voorraad eten,400 liter water,300 liter reservediesel. De plaatselijke politie probeert er ons nog van te overtuigen een gids mee te nemen, maar we willen de uitdaging zonder hulp aangaan. Er wacht ons een woestijngebied van 650 kilometer met niets dan zand. rotsen en duinen. Volgens de stafkaarten die we bij hebben zouden er onderweg twee waterputten staan op het ganse traject die we met onze GPS zouden proberen op te zoeken. We hebben er in elke auto een geplaatst en met de walkie-talkies moeten we contact kunnen houden als we mekaar uit het oog verliezen. We zijn nu al 3 dagen en 150 kilometer van uit Tidjikja onderweg en alles gaat redelijk goed. De enkele keren die we vastrijden in de duinen nemen we er met de glimlach bij en door de harde woestijnwind is de hitte draaglijk Het is 10 uur in de ochtend en volgens onze GPS is de eerste waterput niet veraf meer. En ja hoor, enkele kilometer verder, we hebben net de top een traag oplopende duin bereikt, zien we recht voor ons in het dal de eerste waterput liggen. Bijna roekeloos rijden we de steile zijde van de duin af. 'De waterput van Zig’ zoals hij op de gespecialiseerde stafkaarten staat vermeld stelt eigenlijk weinig voor en toch is hij in dit landschap spectaculair. Naast de put staat een uitgedroogde boom, helemaal alleen. In de weinige schaduw van de dorre takken zit een man. Door zijn donkerblauwige ches kijken thee vriendelijke ogen ons geamuseerd aan Hij spreekt ons aan in zijn taal, we denken, Arabisch en antwoorden hem in het Frans dat we hem niet verstaan en een halve minuutlater gaat onze conversatie verder zoals dat duizenden jaren geleden al gebeurde, het zand wordt met de handen gladgestreken en er worden allerlei figuren getekend. We schaterlachen bijna met de soms grappige vormen die in het zand worden uitgedrukt, maar we verstaan mekaar. Eens te meer beseffen we in welke wonderlijke wereld we leven. Als de zandgesprekken(!)op zijn en de nodige cadeautjes gegeven, toont hij ons de werkwijze van de waterput. De lange vlechtkoord die naast de put onder een deksel verborgen zit wordt aan de auto gebonden, en de andere zijde, maar een genaaide binnenband van een auto aanzit die dienst doet als emmer, wordt in de waterput geworpen. Het duurt en paar seconden voor we 'het geluid van water’ horen. Met mijn auto die nu de taak van een dromedaris heeft overgenomen, rijd ik van de put weg tot we het namaakemmertje kunnen vastnemen en het kostbare spul kunnen overgieten in onze voorraadtanks. Ik sta op 67 meter van de waterput. zo diep zit de wateren. Na bijna een uur arbeid er kan maar iets meer dan vijf liter in een emmertje, nemen we uitgebreid afscheid van de Touareg en proberen hem duidelijk te maken dat we hem hopelijk nog eens terugkunnen ontmoeten. We beseffen op dat moment nog niet dat onze afscheidwoorden profetisch waren want nog dezelfde dag als de zon al verdwenen is zullen we mekaar terug ontmoeten, maar dat is een nieuw, lang verhaal met zeer hoge duinen en emotionele menselijke intriges, wellicht bestemd voor hopelijk een volgende Verso, die dankzij de nodige sponsering en nieuwe medewerkers, er zeker nog kan komen.

fons kempenaers